het balanseer - uitgeven buiten de lijntjes

interview met Kris Latoir door Stijn Buyst

het balanseer – geen hoofdletters – is al dertien jaar lang een uitgeverij die prachtige uitgaven verzorgt van niet voor de hand liggende proza en poëzie. Kris Latoir bestiert de uitgeverij die haar naam én haar ontstaan te danken heeft aan de teksten van auteur C.C. Krijgelmans.

Latoir: “Ik las in het toenmalige tijdschrift Yang een verhaal van Claude Krijgelmans dat ik fantastisch vond. Bij dat verhaal stond dat Krijgelmans geen uitgever had. Ik ben dan beginnen uitzoeken hoe dat kon, en ik stootte op een heel interessant auteur, die bovendien net als ik, van Aalst afkomstig bleek. Later zou blijken dat ik Krijgelmans al eens ontmoet had, toen hij in het Brusselse antiquariaat Het Ivoren Aapje met eigenaar Frederik Deflo zat te schaken. Op dat moment was Krijgelmans niet bekend meer, maar hij bleek van eind jaren vijftig tot begin jaren zeventig heel interessant experimenteel werk geschreven te hebben. Op het einde van die periode had hij zichzelf uit de literatuur geschreven door een verhaal te eindigen in een zelfvernietigende tekst.

Toen ik in 2007 naar hem op zoek ging, bleek Claude in Virginia te wonen – zijn vrouw is een Amerikaanse diplomate. Hij had toen net het manuscript van ‘Tandafslag’ bij De Bezige Bij Antwerpen aangeboden. Harold Polis was heel enthousiast maar kreeg het niet verkocht bij De Bezige Bij Amsterdam, omdat ze daar dachten dat er te weinig publiek voor zou zijn.

Met een paar goeie vrienden heb ik toen een vzw opgericht om literatuur uit te geven die wat dwarser of hardnekkiger mag zijn. Het uitgeven van Krijgelmans’ ‘Tandafslag’ beviel en al gauw kwamen we uit bij Willy Roggeman, wiens affiniteit met jazz mij intrigeerde. Toen Daniël Robberechts er kort daarna bijkwam waren de bakens voor het balanseer min of meer uitgezet. We zouden proza en poëzie gaan uitgeven die een experimenteel karakter in zich droegen, maar die ons inziens even belangrijk waren als de mainstreamliteratuur en -poëzie. Zo’n beetje wat Sybren Polet ooit als ‘ander proza’ omschreef.”

Ondertussen is jullie schrijversbestand veel diverser dan alleen maar die drie oude knarren. Is er zoiets als een ‘het balanseerauteur’?

“Het zijn toch voornamelijk auteurs waar een hoek van af is. Ze kijken op een andere manier naar proza, hun teksten ontwikkelen zich anders dan naturalistisch of sociaal bewogen proza. De poëzie die we uitgeven reageert dan weer eerder tegen de klassieke poëtica. Er is altijd een spanningsveld met de literaire context. De twee romans die we van Koen Sels (wiens laatste, ‘Gloria’, de longlist haalde voor de Boekenbon literatuurprijs 2020, red.) hebben uitgegeven zijn misschien helemaal niet experimenteel, maar Sels heeft wel een heel aparte stijl en een bijna amodieuze benadering van autofictie. Het verschil met de grote uitgevers zit er wellicht in dat wij niet in eerste instantie gaan kijken naar financiële haalbaarheid. We moeten het gevoel hebben dat er iets op het spel staat. Ik denk niet dat je ons kan vastpinnen op een genre: we geven zowel heel experimentele en abstracte teksten uit als bijna lyrische teksten. Altijd een beetje buiten de lijntjes, dat wel.”

Het balanseer doet mij een beetje denken aan sommige van mijn favoriete platenlabels, die heel mooi vormgegeven platen maken, met muziek die niet per se een groot publiek zal bereiken.

“Daar ben ik heel blij mee. Let wel: onze eerste drijfveer mag dan wel niet louter economisch zijn, we proberen wél zo commercieel mogelijk te zijn. We steken veel energie in onze boeken, dus we willen die niche-teksten wél door zoveel mogelijk mensen te laten lezen. Een boutade die ik wel eens gebruik is dat de mainstream ondertussen haar eigen niche is geworden, met twintig auteurs die telkens weer aan bod komen.”

Jullie besteden ontzettend veel aandacht aan vormgeving. Is dat altijd in samenspraak met de auteurs?

De meeste auteurs geven ons carte blanche en dan heb ik een aantal heel uitzonderlijke vormgevers om uit te kiezen: Ruttens-Wille, Oliver Ibsen, Thomas Desmet, Danny Dobbelaere, Eva Moulaert, Gert Dooreman…

Het meest strak afgebakende concept dat we totnogtoe gedaan hebben, is het tweede deel van Willy Roggemans’ verzamelde gedichten. Willy wilde die uitgeven in een vormgeving die identiek was aan die van het eerste deel, wat ik een heel legitiem opzet vond.”

Met welk boek zijn jullie het verst gegaan in de symbiose tussen vormgeving en inhoud?

“Ik vind dat we daar doorgaans wel in slagen, maar de Nederlandse vertaling van Thomas Meineckes ‘Helblauw’ is het meest extreme dat we al gedaan hebben. Je moet weten dat dat boek over verbastering gaat: migratie, verbastering in cultuur en muziek… Meinecke werpt vragen op als “is Maria Carey zwart?”, “is er witte blues en zwarte blues?”, “wat is techno?”, “is techno zwart?”.

Eva Moulaert, die de vormgeving van dat boek deed, kwam met het voorstel om die verbastering door te trekken in het font. Doorheen dat boek evolueert het lettertype van een klassieke schreefletter – Goudy Oldstyle – naar een gebroken letter – een gothische Black. Die overgang gebeurt stelselmatig, vierhonderd pagina’s lang. De software kon dat niet aan, dus heeft Eva zelf die letters vectorieel getekend, bijna achtduizend aparte letters. Daar zit de vormgeving en de inhoud dus bijna één op één. Voor Duitsers – en zeker linkse intellectuelen zoals Thomas – is dat een heel harde confrontatie met hun verleden. Nu, Thomas vond dat een fantastisch idee hoor.”

‘nu verkrijgbaar’, Gerard Hermans' gedicht van 176 pagina’s telt na elke regel een vijftal witregels. Wordt er dan gediscussieerd of het misschien ook met minder papier en dus een beetje goedkoper kan?

(lacht luid) “Het was oorspronkelijk drie keer zo lang. We hebben het beste overgehouden.”

het balanseer brengt af en toe ook muziek uit.

“Dat is weer de invloed van Willy Roggeman. Hij schreef in de jaren vijftig en zestig enkele toonaangevende boeken over free jazz en hij richtte ook zijn Will Roggeman Jazzlab op. Zijn romans zijn ook doorspekt met free jazz en blues. Hij vertelde me dat hij nog elke dag sax speelde en heel graag een soloplaat wilde uitbrengen – allemaal first takes. Dat hebben we dan voor Willy geregeld.”

Op 4 December komt het balanseer – Corona of niet – naar Permeke, voor de livestream van 'Permeke draait door'. Zelf zal je in gesprek gaan met Melissa Giardina over C.C. Krijgelmans. Wat mogen we voor de rest verwachten?

 “Ik denk dat het evenement wel zal kunnen doorgaan, maar dan via streaming. We zijn uitgenodigd om een staalkaart van ons fonds te tonen. Arno Van Vlierberghe zal de poëzie uit ‘Ex-Daemon’ in gesprek laten gaan met de gitaardrones van Jean D.L.. Je kan dat niet met elke tekst doen, maar Arno houdt van Jeans muziek, dus dat wordt, denk ik, een fijne samenwerking. Qua poëzie is er ook nog Dominique De Groen die ‘Offerlam’ zal voorstellen. Dominiques teksten zijn heel actueel en zeer scherp, maar er zijn net zo goed de bijna dadaïstische sotternijen van Gerard Herman, die ‘nu verkrijgbaar’ komt voorstellen. Karel De Saedeleer zal voorlezen uit zijn debuut, ‘Messentrekkers’, een scabreuze schelmenroman.”

Ik las ook de aankondiging van Evelin Brosi’s ‘THUIS’. Vergis ik mij of is dat een verzameling van alle aankondigingstekstjes van de Eén-soap?

“Da’s een bijzonder verhaal. Evelin – ik weet eigenlijk niet of dat moet gezegd worden, want de tekst is de tekst – maar het komt erop neer dat Boris (Evelin Brosi is de nom de plûme van Boris van den Eynden, die als Oliver Ibsen ook vormgeving doet voor het balanseer en muziek maakt bij Borokov Borokov) thuis geen tv had en zich dus voor gesprekken op de speelplaats moest behelpen met die aankondigingstekstjes.

Boris weet heel veel over digitale taal en algoritmes en noem maar op. Hij functionneert als een soort ‘generator’ die – anders dan klassieke auteurs – aan de slag gaat met tekstmateriaal dat al bestaat. Vorig jaar bewerkte hij op een vergelijkbare manier de iconische liefdesgedichten van Leonard Nolens. Aan de hand van zelfgeschreven software heeft hij die gedichten lettergreep per lettergreep alfabetisch herschikt, mét behoud van de prosodie -  de verzen, de opbouw én de structuur van het originele gedicht. Uncreative writing dus, zoals Kenneth Goldsmith van Ubuweb ook doet.”

Is die arme Nolens op de hoogte van wat jullie met zijn gedichten hebben uitgestoken?

“Ja hoor, via zijn zoon David heb ik hem op de hoogte gebracht. Ik denk dat hij het wel vreemd vond, maar het siert hem dat hij er niet moeilijk over heeft gedaan…”

 


Praktisch

genre
locatie
  • ONLINE

Extra

Op 4 december kan je kijken naar de livestream van het balanseer(t) in Permeke.